|
|
|
|

Geschiedenis De late Middeleeuwen Markegebied
DWINGELOO Dwingeloo (Drents: Dwingel) is een dorp in de prov. Drenthe in Nederland, behorende tot de gemeente Westerveld. Op 1 januari 2004 had het dorp 2363 inwoners. Tot de gemeentelijke herindeling van 1 januari 1998 was het een zelfstandige gemeente, waartoe ook de volgende buurschappen behoren:
Geschiedenis De eerste vermelding van het dorp dateert van een akte uit 1181, afkomstig uit het archief van het klooster van Ruinen, dat de aankoop van een erf met een tiende land in Twingelo beschrijft. De naam komt uit het oud-Saksisch en verwijst waarschijnlijk naar het bedwingen van het bos (=loo). Aanvankelijk was Lhee het grootste dorp in de kerspel, maar door de aanwezigheid van adel in Dwingeloo wordt dat in de 11e-12e eeuw langzaam de hoofdplaats. In de Franse tijd wordt de kerspel Dwingeloo omgevormd tot een gemeente, welke tot 1998 ongewijzigd heeft bestaan. Kerspel is de oorspronkelijke benaming voor een kerkgemeente of parochie, het gebied dat onder een kerk valt. Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer te gebruiken om de bestuurlijke eenheid mee aan te geven, die vanaf de Franse tijd de burgerlijke gemeente zou gaan vormen. Soms ook zijn bij de vorming van de gemeenten kerspelen samengevoegd tot een gemeente. In de Franse tijd wordt de kerspel Dwingeloo omgevormd tot een gemeente, welke tot 1998 ongewijzigd heeft bestaan. Bij de gemeentelijke herindeling in 1997 werd de gemeente Dwingeloo deel van de gemeente Westerveld. Dwingeloo is gelegen halverwege Assen en Meppel aan de oostzijde van de Drentse Hoofdvaart. Ten westen ligt de Brug-es, ten zuiden de Dwingeler-es en het Nationaal Park ‘Dwingelderveld'. Dit natuurgebied bestaat uit de bekende Dwingeler Heide en de boswachterij Dwingeloo. Ten noorden loopt de Dwingeler Stroom die vroeger Aa werd genoemd. Sinds de verveningen aan het begin van de 17e eeuw van het veengebied Smilde heet de beek stroomafwaarts – vanaf het Koningsschut – ook wel Oude Vaart. Aan de westzijde liggen de huisplaatsen van de havezaten Batinge en Entinge. Havezate Westrup staat aan de noordzijde van het dorp. Ongeveer anderhalve kilometer ten zuidwesten van Dwingeloo bevindt zich de havezate Oldengaerde. Beide landhuizen zijn particulier bezit en worden door de eigenaar bewoond. Tot het oorspronkelijke dorpsgebied behoort ook het Westeinde waarmee Dwingeloo samen een marke vormt. De historie van Dwingeloo begint in het jaar 1181. Een akte uit archief van het klooster Ruinen/Dickninge beschrijft de aankoop van een erf met een tiende in Twingelo. Verschillende spellingen van de dorpsnaam zijn daarna in de archieven te vinden: Dwingelo (1206), Thuingelo (1207), Dwinghelo (1368), Dwingelo (1370), Dwingeloe (1398), Dvynglo (1454), Dwyngheloe (1487), Dwingel (1557), Duingelo (1582). Bij de verklaring van de naam wordt gedacht aan het oud-Saksisch thingan = bedwingen, en Lauha/loo = bos of open plek in het bos. De betekenis luidt dan: bedwing het bos. Voor het eerste deel is nog een tweede optie: thwangi = riem; het gaat dan om een smalle strook land, begroeid met bos. Dat Dwingeloo al ouder is dan de eerste schriftelijke vermelding blijkt uit het aantal schuldmudden die de inwoners van de Drentse dorpen moesten betalen. Deze belasting werd ingesteld halverwege de tiende eeuw door de bisschop van Utrecht, die in 944 de woeste gronden van dit gewest in eigendom gekregen had. Voor het gebruik van deze gronden moesten de Drenten per boerderij één mud graan betalen. Dwingeloo stond op de lijst, waarvan een exemplaar uit ca. 1300 bewaard is gebleven, voor vijf mudden. Dit is aanmerkelijk minder dan de elf die Lhee betalen moest.
terug naar boven
De late Middeleeuwen Rond 1200 is Dwingeloo gegroeid naar 25 erven. Dit is althans gebaseerd op het aantal waardelen dat de marke Dwingeloo-Westeinde in latere eeuwen kende. Deskundigen geven het eind van de twaalfde en het begin van de dertiende eeuw aan als de periode waarin deze theoretische verdeling van de woeste gronden plaats vond. Op een gegeven moment waren in de Drentse dorpen er zoveel nieuwe boeren bijgekomen dat de woeste gronden gingen verzanden door overbegrazing. Juist deze schrale gebieden waren goed te gebruiken voor het weiden van schapen en koeien die de noodzakelijke mest produceerden voor het vruchtbaar houden van de akkers op de essen. Er werd daarom afgesproken dat ieder boerenerf in een dorp 1 aandeel kreeg in het gebruik van de woeste gronden. Dit aandeel bestond uit een maximaal aantal schapen of koeien die men daar kon laten weiden. Het belangrijker worden van Dwingeloo ten opzichte van Lhee heeft waarschijnlijk te maken met de aanwezigheid van een zogenaamde hof. Dit adellijke bezit was het centrum van een groot landbouwbedrijf waar de horigen van de omliggende kleinere boerderijen als Batinge, Entinge, Smedinge en de Oosterhof hun landbouwopbrengsten moesten inleveren. In 1353 werd de Johan van de Goer, later genaamd De Vos van Steenwijk, eigenaar van dit hof en bijbehorende boerderijen door met de erfdochter Hadewich van Ansen te huwen (zie bezienswaardigheden: Batinge). De aanwezigheid van een adellijke familie in Dwingeloo kan misschien ook verklaren waarom de kerk van Lhee werd overgeplaatst naar Dwingeloo (zie verder: Lhee). Tot in de zestiende eeuw bestond het dorp hoofdzakelijk uit boerderijen en huizen aan de noord- en oostzijde langs de brink en langs de weg naar het Westeinde. De zuid- en de westzijde van de brink zijn pas in de late zestiende en zeventiende eeuw bebouwd geraakt. Deze situatie is tot de jaren '50 van de vorige eeuw zo gebleven. Dat de brink het centrale punt is voor de gehele gemeenschap blijkt wel het plaatselijke spraakgebruik: ‘Wij gaot en de Brink', wat betekent: ‘Wij gaan naar Dwingeloo'. Tijdens de zomermaanden worden op de woensdagavonden de Brinkavonden gehouden. Op de tweede maandag van mei en oktober is de brink het toneel van de in Drenthe bekend staande Dwingeler markt met kermis.
terug naar boven
Het Markegebied Tot het markegebied behoren tevens Dieverbrug en Geeuwenbrug. Binnen dit gebied werd de dienst in hoge mate uitgemaakt door de boerschap, de verzameling van de in de marke gerechtigde boeren. Het gebruik van de marke, de onverdeelde gronden, werd door hen geregeld, maar ook het opmaken van de wegen, het moment waarop geploegd, gezaaid en geoogst werd, en dergelijke. In Leggeloo overlegde men daarover nog tot in de jaren '50 van de vorige eeuw in het zgn. Boerhuus, een boerderij aan het straatje de Bolderhoek en het middelpunt van wat De Hoven heette. Het is niet de enige kern, want aan de andere zijde van de Leggeler-es, het zuidelijke van de twee landbouwcomplexen, ligt er nog een. Bij beide zijn (delen van) de vroegere brinken, die hier nog aan de rand van de bebouwing lagen en grensden aan de markegrond, de brand- en drinkvijvers en de vroegere schapen- en koedriften, zijn nog goed te herkennen. De koedrift van De Hoven is de huidige Juliana-Bernhardweg; de schapendrift de Leggelerstraat. De schapendrift van de oostelijke kern lag bij de weg, die nu als Molenstad wordt aangeduid. De Molenstad (= stee of plaats waar de molen staat) groeide in de 19e eeuw uit tot een kleine kern, namelijk bij de, al op vroeg 17e eeuwse kaarten voorkomende, korenmolen. Deze stond aan de rand van de Leggeler Kamp. Voor het overige stond hier, behalve de mulderswoning, slechts één boerderij. Kampen zijn meestal later ontgonnen dan de essen. Afgaande op de percelering van de Kadastrale Minuut uit 1832 is dat ook hier het geval: die is aanzienlijk regelmatiger dan die op de Leggeler-es. De beide complexen van akkergronden worden gescheiden door een laagte, die keileemloos is en die nog altijd enige kwel van diep grondwater kent. Leggeloo bestaat tegenwoordig uit verspreid liggende boerderijen, een Nederlands Hervormde Kapel en twee scholen; een openbare (samen met Eemster) en een protestant Christelijke. In de omgeving van de Bolderhoek is de omgeving nog voorzien van enkele fraaie houtwallen en een, als weiland in gebruik zijnde, brink.
terug naar boven
Dwingeloo is de hoofdplaats van de voormalige en gelijknamige zuidwest-Drentse gemeente, die verder bestond uit de buurschappen Dieverbrug, Eemster, Geeuwenbrug, Leggeloo, Lhee, Lheebroek en Westeinde. Klik op één van de volgende links voor meer informatie over de buurtschappen.
DieverbrugLeggeloo en EemsterGeeuwenbrugWesteindeLhee en Lheebroek Sint Nicolaaskerk of Nederlands Hervormde kerk De vier Havezathen van Dwingeloo De Franse huizen Sint Anthoniusgilde
Stichting Dwingels EigenVoor de informatie van de pagina's op deze site over Dwingeloo en de geschiedenis daarvan, alsmede de gehuchten (bijdorpen) van Dwingeloo hebben we ons bediend van diverse informatiebronnen. Eén van die bronnen is de Stichting Dwingels Eigen. Voor uitgebreider, meer gedetailleerde informatie en foto's “uit de oude doos” over Dwingeloo verwijzen we naar de eigen internetsite van deze stichting www.dwingelseigen.nl
|
|
|
|
|